Lianne’s reisverslag

Lianne de Zeeuw, onze secretaris, is in februari 2014 zelf naar Madagascar geweest. Lees hier haar reisverslag.

 

Madagaskar is een van de mooiste landen ter wereld met een unieke natuur. Tegelijkertijd is het ook een van de armste landen ter wereld en wil ik graag een bijdrage leveren om de kinderen een kans op een betere toekomst te geven. Hoe mooi is het dan als je voor Abecole naar Madagaskar mag gaan en daar de scholen in zowel Antananarivo (afgekort Tana) als in Nosy Varika te bezoeken. Een kijkje te kunnen nemen bij de projecten en overal vooral heel erg veel foto’s van te kunnen maken.

De voorbereiding voor de reis was een groot feestje. Omdat ik 2 tassen/koffers mee mocht nemen van KLM, had ik besloten om een extra tas mee te nemen met knutselmateriaal voor de school in Nosy Varika en heel veel zeep, tandenborstels en tandpasta. Mijn extra tas woog 20 kilo, maar gevuld met dingen waar ze in Nosy Varika erg blij van worden.

 

In Tana ben ik 2 dagen op pad geweest met Caroline, de coordinatrice van Abecole in Nosy Varika die toevallig ook in Tana was, en Hanrita (de tijdelijke coördinatrice in Tana). We hebben 2 scholen bezocht waar kinderen zitten die gesteund worden door Abecole. De kinderen wonen in een buitenwijk van Tana en het is een bijzondere wijk. Er staan enorme villa’s en ambassades, maar er zijn ook bijzonder eenvoudige woningen waar onze leerlingen wonen.  Een van mijn doelen was om alle leerlingen op de foto te zetten en het is ontzettend grappig om te zien dat kinderen werkelijk overal hetzelfde zijn. Op de foto gaan is namelijk raar en roept enorme giechelpartijen op, zeker als de fotograaf een kop groter is dan de gemiddelde inwoner van Madagaskar. Naas het fotograferen van de leerlingen op school, hebben we ook een hoop leerlingen thuis bezocht. Bij de meeste gezinnen is er geen vader meer in beeld. Het komt vaak voor bij armere gezinnen dat de vader er vandoor gaat en de moeder achterlaat met de kinderen. En dan is het geen uitzondering als er 5 kinderen zijn, want geboortebeperking is nog niet ingeburgerd in Madagaskar.

De kinderen wonen meestal in een “huis” met 1 kamer. En die kamer is soms maar 2 bij 4 meter. Zo groot als mijn kinderkamer was. Het is niet ongebruikelijk dat het hele gezin in die ene ruimte woont en dat er ook wordt gekookt in diezelfde ruimte. Water en sanitair is er niet. Vaak zijn de huizen wel heel erg schoon en je voelt overal dat de ouders ontzettend trots zijn op hun kinderen en hopen dat hun kinderen  dankzij Abecole betere toekomstverwachtingen hebben dan zijzelf.

Wat ik zelf heel erg leuk vond, was dat we ook een aantal oud leerlingen hebben gesproken. Eentje had een eigen “restaurantje”met zijn vrouw. Niet eentje waar ik zou willen eten, ik heb het niet zo op kippenvoeten namelijk. Maar hij had het wel mooi voor elkaar! We kwamen nog een jongen tegen die nu als chauffeur werkte, een die nu metselaar was en we hebben 2 jongens gesproken die dankzij Abecole nu aan de universiteit van Antananarivo studeren! Daar word je toch blij van? 🙂

 

Na 2 dagen Antananarivo en 2 dagen van heel veel indrukken opdoen, ontzettend vriendelijke mensen ontmoeten en heel veel foto’s maken, was het tijd voor 2 dagen reizen, ik ging namelijk naar Nosy Varika. Er zijn een aantal manieren om in Nosy Varika te komen. De snelste manier is om een privé vliegtuig te huren en te landen op een grasveld even buiten Nosy Varika. Helaas is dat ook de hele dure optie, dus was het via de weg naar Mananjary. Een dag in de auto met een aantal korte stops en de volgende dag vroeg weer verder per boot naar Nosy Varika. Een lange maar hele mooie en bijzondere tocht.

 

Nosy Varika is weer een heel andere planeet. In Nosy Varika zijn alle wegen van zand, hebben de meeste mensen geen schoenen aan en er is alleen electriciteit van 2 uur ’s middags tot 11 uur ’s avonds. Ik vond Nosy Varika echt een feestje. Gewoon omdat het een andere planeet is. Ik was samen met Suzi van ASED, de enige blanke in het dorp en toch had ik niet het gevoel dat iedereen mij aanstaarde.

 

Mijn eerste bezoek aan de school was onvergetelijk. De school is niet te vergelijken met de scholen die wij gewend zijn. Bij ons zijn de lokalen vooral heel erg licht en zijn er grote ramen. Hier niet, hier is de school van hout en de daken van stro. Een cycloon gaat de school niet overleven, maar gelukkig is er al een paar jaar geen hele erge cycloon meer geweest. In iedere klas werd ik begroet met een enthousiast (en soms verlegen) “bonjour madame, bienvenue!” en alle 181 kinderen gingen gedwee op de foto. Ook hier vonden ze het wel een beetje raar, zo’n hele grote mevrouw uit Nederland die dan ook nog eens in het Nederslands aanwijzingen gaat geven over dat je moet lachen enzo. Het hielp overigens perfect, want ze begrepen precies wat ik bedoelde.

We hebben een ochtend doorgebracht met kinderen die aan het knutselen waren met knutselmateriaal uit Nederland. Heerlijk om de kleuters op het puntje van hun stoel zien liggen terwijl ze een kleurplaat aan het inkleuren zijn. En dan daarna diezelfde kleurplaat weer terug te zien bij iemand thuis aan de muur. Net als hier in Nederland. Ik vond het geweldig om de docenten van de school om het hardst te zien knutselen met vouwblaadjes! Ik vond het eerst maar een beetje raar, totdat ik me realiseerde dat ze het fenomeen vouwblaadjes natuurlijk niet kennen hier en dat het voor de docenten ook de eerste kennismaking was met vouwblaadjes.

 

Naast bezoekjes aan de school, heb ik ook alle projecten bezocht die worden uitgevoerd in Nosy Varika. Bij de projecten wordt veelal samengewerkt met de FFA. Zo is er een boot aangeschaft, de ABE express, die binnenkort wekelijks op en neer gaat varen naar Mananjary. Er zijn rijstvelden, waarvan de oogst naar de school gaat, er zijn zebu’s (een soort koeien) aangeschaft om het veld te kunnen bewerkeren, er is een groententuin waarvan de opbrengst naar de school gaat, er zijn moeders die matten maken van raffia waar dan weer tasjes van gemaakt worden (en die je kunt kopen in een lokale winkel) en er zijn bijenkorven om honing te maken.

Foto’s maken van de projecten was nog wel een leuke uitdaging. We hebben de kinderen met de boot meegenomen naar het strand, dat was dikke pret. Voor mij, voor de docenten en voor de kinderen. De rijstvelden zorgden voor verbaasde blikken van de moeders die aan het werk waren, toen die enorme witte vrouw ineens tot aan dr knieën in de modder midden in het rijstveld stond om foto’s te maken. De zebu’s werkten niet bepaald mee en hadden de neiging om steeds met hun kont naar me toe te draaien als ik een foto wilde nemen, de groententuin stond vol met kleine plantjes en was enorm warm en de bijen vielen me aan toen ik foto’s maakte van de bijenkorven.

 

De huisbezoeken in Nosy Varika waren nog een stuk aangrijpender dan die in Tana. Niet alleen waren de vaders hier ook in de meeste gevallen buiten beeld, maar de mensen wonen hier in houten hutten van 3 bij 4 meter. Misschien iets groter. Maar veel meer basic dan in Tana. Zag ik in Tana meestal nog een soort van kledingkast en was er iig nog een echt bed, hier was bijna niets aan kleding, lag er een matras op de vloer en werd er veelal op een houtsvuur gekookt in een hut die van hout is. De ouders hadden veelal alleen maar basisonderwijs gehad en ze hopen nog een tandje harder dan de ouders in Tana, dat hun kinderen het beter zullen doen dan zij. Ik hoop het heel erg hard met hun mee.